Voor en Na de Diagnose
Een ongelijke strijd ?

 


Resultaten met Natriumbicarbonaat

 

U kunt hier
onder klikken:

Het boek:

Inleiding
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Nawoord
Achterkant boek

LEZINGEN/VOOR-DRACHTEN & VERTALING

- In de Media
- Recensies
-
Warme reacties

** Het nieuwe boek:
Chemo? Of kan ik zelf kiezen?

* Kanker anders bekeken
* Laatste nieuws
over Kanker

* Resultaten met Natriumbicarbonaat
* Chemotherapie

* Chemotherapie of 'Wie geneest heeft gelijk'
* Interview Dr. Simoncini over Natriumbicarbonaat
* Relatie HIV/Aids en Kanker
* Uw Immuunsysteem
* Cirkel van Vertrouwen

- Bestellen
- Via de boekhandel

- Literatuur
- Weblinks
- Reageren
- De Foto
- Disclaimer

 

 

Prostaatcarcinoom

In 1995 prostatectomie vanwege een prostaatcarcinoom. Na drie jaar blijkt er, na een echografisch onderzoek, een recidiverend gezwel in de prostaatloge te zitten.

Behandeld met hormonale therapie. In juli 2000 behandeling met ultrasone geluidstrillingen.
Vanaf de eerste maanden van 2001 een toename van de PSA-waarden (prostaatspecifiek antigeen) en een toename van de afmetingen van het gezwel.
Op 23 juli 2001 wordt er een MRI gedaan met endorectale coil waarmee het gezwel van 2,2 x 2,5 cm zichtbaar is.
Op 25 juli 2001 wordt er een katheter aangebracht in de buikslagader via welke natriumbicarbonaatoplossing van 5% (500 cc) dagelijks gedurende zeven dagen wordt toegediend.
Na de behandeling dalen de waarden constant van augustus tot oktober. Een MRI met endorectale coil laat de drastische afname van het gezwel zien dat rond, hyalien en vezelachtig is.
Ongeveer twee maanden later is er nog een intraveneuze bestendigingscyclus gedaan. Een MRI-scan met endorectale coil van maart 2002 laat zien dat ook het restant van oktober volledig is verdwenen. De PSA-waarden nemen sinds oktober 2002 constant af.

Verklaring van de patiënt na 15 maanden:

“Ik ondergetekende, wonende in Rome, chirurg van beroep, verklaar het volgende: Ik heb contact opgenomen met dr. Simoncini voor een recidiverende prostaattumor die, ondanks de conventionele behandelingen, bleef groeien. Ik heb in het bijzonder de behandeling gevolgd waarbij natriumbicarbonaat van 5% wordt toegediend in de slagader. Vervolgens heeft dr. Simoncini met dezelfde stof peritoneale spoelingen bij mij verricht via een naald in het epigastrium, de mond van de maag. Voorafgaand aan de behandeling heeft dr. Simoncini mij geen zekerheid geboden; hij heeft alleen gezegd dat zijn behandeling zou kunnen werken.
Wat mij er echter van heeft overtuigd om dit te proberen, was zijn overtuiging en zijn enorme vitaliteit. Ik heb gezien dat hij op een professionele manier werkt, met fatsoenlijke bedoelingen. Na de behandeling is de tumor verdwenen en ik heb geen enkele nadelige invloed ondervonden.
"

Terug naar top  

Levercarcinoom

Een patiënt van 78 jaar met een levercarcinoom. Er wordt een radiofrequente thermoablatie (RFA) uitgevoerd op de neoplastische laesie die aanwezig is in het IVe leversegment.
Vervolgens wordt er een verdere nieuwvorming van 3 cm gevonden in het VIIIe segment, met nog een nieuwvorming tussen het Ve en VIe.
Omdat de aandoening ondanks de uitgevoerde behandelingen progressie vertoont, besluit de patiënt, die geen vertrouwen meer heeft in de officiële behandelingen, om een behandelingscyclus met natriumbicarbonaatoplossingen van 5% te doen waarbij deze rechtstreeks in de lever worden gebracht via de plaatsing van een katheter in de leverslagader. Een CT-scan die circa 20 dagen na de behandeling met natriumbicarbonaat is uitgevoerd, toont alleen het litteken van de eerder uitgevoerde thermoablatie: “...er zijn geen andere focale laesies zichtbaar”. Het verdwijnen van de eerdere neoplastische knobbels wordt bevestigd door een andere CT-scan die is gemaakt op 19 februari 2002. Dit alles wordt bevestigd door de verklaring van de patiënt:

“Ik, ondergetekende ----------, verklaar het volgende.
Ik heb contact opgenomen met dr. Simoncini omdat ik een levertumor had.
Na de conventionele behandelingen werden er bij mij twee laesies aangetroffen, in plaats van één. Toen heb ik besloten om, op aanraden van mijn zoon, contact op te nemen met dr. Simoncini. Ik heb een cyclus gedaan van infusies met natriumbicarbonaat van 5% die rechtstreeks in het gebied van de lever werden geïnjecteerd. Daarna heb ik ook orale en intraveneuze cycli gedaan.
Dr. Simoncini heeft mij geen zekerheid geboden, maar wel hoop die langzaamaan steeds sterker werd op basis van de resultaten. Hij zei mij echter dat het goed was om zich het eerste jaar geen illusies te maken. Uit alle CT-scans die ik heb gehad – de laatste in juli 2002 – blijkt dat, na ongeveer een jaar, de tumoren niet meer zichtbaar zijn, terwijl alleen het litteken van de thermoablatie nog zichtbaar is, die is uitgevoerd voordat ik dr. Simoncini leerde kennen.
Ik heb geen enkele nadelige bijwerking ondervonden.”

Rome , 01 oktober 2002.

 Terug naar top

Prostaatadenocarcinoom

Patiënt van 80 jaar bij wie in juni 2002 de diagnose prostaatadenocarcinoom wordt gesteld na een transperineale biopsie.

Hij weigert elke chirurgische ingreep en probeert hormonale therapie te doen waar hij meteen mee stopt omdat hij deze niet verdraagt. In mei 2003 adviseer ik, voordat ik ingrijpendere methodes zoals selectieve arteriografie ga hanteren, om een behandeling met bicarbonaatoplossingen van 5% uit te voeren, zowel intraveneus als via uretrale katheterisatie. Deze zouden erg doeltreffend kunnen blijken te zijn omdat de klinische toestand goed is.

Een controle-echografie van een maand later, laat zien dat er geen kwaadaardige laesies meer zijn.

 Terug naar top

Longtumor

De patiënt met een longneoplasma wordt eind 1983 door mij in behandeling genomen, voordat hij wordt geopereerd in het instituut Regina Elena te Rome waar hij door een ander ziekenhuis naar is doorverwezen.
De ontwikkeling van de tumor, oftewel van de schimmelkolonie, is naar mijn mening voortgekomen uit een ziekteproces dat in de lever is begonnen.
De stappen die hebben geleid tot de vorming van het neoplasma waren: leverstoornis, omhoog komen van het rechter hemidiafragma, longstase en ontvankelijkheid voor de verspreiding van de schimmel.
De therapeutische behandeling draait rond twee essentiële elementen: leverdetoxificatie en gelijktijdige toediening van bicarbonaatzouten via de mond, via een aërosol en intraveneus. Na ongeveer acht maanden van behandeling – zonder bloedvergieten en zonder pijn – verdwijnt de massa volledig; na ruim één jaar is er op de röntgenfoto alleen nog een verdikking van het scheidingsvlak tussen de longkwabben zichtbaar, die het resultaat is van de genezing. Ongeveer twintig jaar na de behandeling is de patiënt nog steeds in leven.

Dit is zijn verklaring:
“ Ik, ondergetekende ---- wonende in Rome, verklaar het volgende: Ik heb dr. Simoncini leren kennen bij het instituut ‘Regina Elena’ te Rome, waar hij als vrijwilliger werkte en waar ik in 1983 moest worden geopereerd aan een longtumor. Toen ik had besloten mij niet te laten opereren, zei de arts op het moment van mijn ontslag dat ik, als ik het wilde, kon proberen te genezen met zijn behandelmethode. De behandeling bestond uit het innemen van bicarbonaat via de mond, via aërosol en intraveneus.
Dr. Simoncini had me alleen maar gezegd dat ik het kon proberen, omdat ik volgens hem kon hopen op een positief resultaat. Hij was erg vriendelijk en menselijk en begreep dat hij mij werkelijk kon helpen.
Er zijn uitstekende resultaten behaald, want nu, na bijna twintig jaar, heb ik mijn longen nog steeds
.”

 Terug naar top

Levercarcinoom met longmetastasen

Patiënt van 59 jaar die in juni 2001 een behoorlijk grote massa in de lever vertoont, evenals meervoudige kleine gezwellen van metastatische aard in beide longhelften.
Hij ondergaat begin juli een behandeling met natriumbicarbonaatoplossing van 5%, toegediend via een katheter in de rechter leverslagader, die zorgt voor de regressie van de longlaesies en een kleine afname van de laesie in de lever.
Na een tussenliggende cyclus van intraveneuze infusie met natriumbicarbonaat, ondergaat de patiënt in november een nieuwe cyclus van toediening via de slagader die leidt tot de afname van het levergezwel van 6 cm tot 2 cm; de laesies in de longen zijn nog steeds verdwenen.
Na een cyclus van intraveneuze infusie, toont een leverechografie (februari 2002) een verdere afname van de levermassa tot 13 x 5 millimeter, die op een echografie van juni 2002 niet meer te zien is.

Op 31 oktober 2002 verstrekt de patiënt de volgende verklaring: “Ik ondergetekende --------, wonende te Palermo, verklaar het volgende: In juni 2001 werd er bij mij een levertumor van ongeveer 8 cm met longmetastasen geconstateerd. Hierbij dient te worden vermeld dat ik hepatitis C had (en nog steeds heb).
Mijn familieleden waren erg bang en wisten niet hoe ze dat met mij moesten bespreken. Ze hebben mij ook niets over het probleem verteld tot aan het moment dat ik dr. Simoncini ontmoette.

Mijn chirurg (homeopaat) ------, mijn neef die door mijn familie werd benaderd, wilde contact opnemen met een Franse collega, homeopaat, die een deskundige is op het gebied van tumoren, maar omdat hij de adresgegevens kwijt was geraakt, vroeg hij mijn zoon om op internet te kijken of hij hem kon vinden.
Gezien de ernst van het probleem, ging mijn zoon meteen op zoek op internet, maar kon de gehoopte informatie niet vinden.
Bij toeval kwam hij terecht op de site van A.N.F.E.T. waar gevallen van leverkanker werden beschreven die door dr. Tullio Simoncini zijn behandeld.
Toen hebben mijn zoon en mijn vrouw dit aan mijn neef, de arts, doorgegeven die contact heeft opgenomen met dr. Simoncini en een afspraak voor mij heeft gemaakt in Rome.
Toen ik mijn neef, die door mij op de hoogte was gebracht van het resultaat van het onderzoek in Rome, vroeg wat hij er beroepsmatig van vond, zei hij dat hij niet kon bepalen of de niet-officiële behandeling van dr. Simoncini een oplossing zou kunnen bieden in mijn geval (hij was niet bekend met de theorie noch met de wetenschappelijke gegrondheid van de behandeling).
Hij was echter zeker van het feit dat het het proberen waard was voor mijn welzijn, in de wetenschap dat de onschadelijke behandeling met bicarbonaat mijn lichaam niet zou kunnen verzwakken, terwijl de officiële behandelingen mij onnodig zouden laten lijden, vooral omdat ik hepatitis C heb. Dit zorgde ervoor dat mijn familieleden, op aanraden van mijn neef, mij overhaalden om me in Rome te laten onderzoeken door een specialist om een behandeling te proberen te vinden die de pijn in mijn schouder en mijn lever zou kunnen wegnemen.
Zo leerde ik dr. Simoncini kennen en daar ben ik God dankbaar voor.
Na ongeveer vijftien maanden is de levertumor verdwenen, evenals de longmetastasen. Deze laatste verdwenen al na de eerste behandelingscyclus.
Ik heb twee behandelingscycli gedaan met een infusie van natriumbicarbonaat die rechtstreeks in de slagaders van de lever en de longen werd toegediend. Ik heb tevens intraveneuze en orale behandelingscycli met bicarbonaat gedaan. Dr. Simoncini heeft mij van het begin af aan nooit gegarandeerd dat ik zou genezen; hij heeft mij alleen gezegd dat we volgens hem, aangezien de tumoren worden veroorzaakt door schimmels, met geduld en volharding positieve resultaten zouden kunnen behalen.
Het eerste doel was om de groei van de tumor te stoppen en om vervolgens langzaamaan te proberen deze kleiner te maken en dat is ook gebeurd.
Ik hoop dat andere patiënten, met gevallen die lijken op dat van mij, dezelfde soort behandeling kunnen ondergaan en ik hoop voor dr. Simoncini dat zijn ontdekking universeel kan worden verspreid en aanvaard.

Palermo, 31 oktober 2002

 Terug naar top

Levercarcinoom met longmetastasen (2)

Een patiënt van 65 jaar met een groot levercarcinoom met longmetastasen (CT-scan van 19 april 2002), bij wie een transcardiale katheter wordt aangebracht in de longslagader en een katheter in de leverslagader.

Hij ondergaat een cyclus van dagelijkse intra-arteriële infusies met 500-550 cc natriumbicarbonaatoplossing van 5% gedurende acht dagen. In juli is de neoplastische massa nog 10 cm groot.

In de daaropvolgende maanden worden er meer cycli van intraveneuze infusie en van orale inname uitgevoerd. Een CT-scan van 4 december 2002 getuigt van een afname van de leverlaesie tot 7 cm en een vrijwel totale regressie van de longmetastasen.

Terug naar top

Levermetastasen door geopereerd cholangiocarcinom

De patiënte die ik begin mei 2002 onderzocht, was erg verzwakt vanwege een neoplasma in de lever van 10 cm. De massa had deze omvang gekregen, ondanks een eerdere ingreep voor cholangiocarcinoom en elf cycli van chemotherapie. De behandelingen waren gestaakt vanwege de negatieve weerslag op het organisme.
Met de infusies met natriumbicarbonaatoplossingen van 5% via een port-a-cath die in de leverslagader is aangebracht (400-500 cc per dag gedurende zes dagen) verbetert de klinische toestand meteen duidelijk.
Verdere cycli via de slagader, afgewisseld met orale cycli, leiden in de volgende maanden tot de afname en vervolgens tot het verdwijnen van het leverneoplasma.

Ik, ondergetekende…, heb in mei 2002 contact opgenomen met dr. Tullio Simoncini, omdat ik een ernstig levercarcinoom had. Ik had reeds elf cycli van chemotherapie gevolgd en was gedwongen deze behandeling te staken vanwege de grote problemen die deze in fysiek opzicht veroorzaakte. Als gezegd, nam ik contact op met dr. Simoncini die mij, na een nauwkeurig onderzoek van mijn gezondheidstoestand, zijn behandeling op basis van natriumbicarbonaat voorschreef.
Ik begon met de behandeling en heb deze letterlijk gevolgd, zonder problemen te ondervinden. Binnen enkele dagen voelde ik me weer beter en kon ik de dagen weer redelijk doorkomen.
Nu, bijna een jaar na aanvang van de behandeling van dr. Simoncini voel ik mij uitstekend en leid ik een normaal leven, maar het mooiste is dat de tumor die 7 cm groot was, bij de laatste CT-scan van februari 2003 behoorlijk was afgenomen, wat erop duidt dat de ziekte zich aan het terugtrekken is.
Over dr. Simoncini kan ik verder zeggen dat hij een zeer hulpvaardige en eerlijke man is. Er zouden meer artsen moeten zijn die zo klaar staan om degenen te helpen die dat echt nodig hebben.
Ik hoop van harte dat ernstig zieke mensen zoals ik, baat zullen hebben bij de behandeling van dr. Simoncini.
Ik wil bovendien nog zeggen dat dr. Simoncini mij nooit de garantie van genezing heeft gegeven, noch illusies met betrekking tot zijn behandeling. De resultaten zijn gewoon behaald. Patiënten hebben niets aan de lukraak uitgesproken woorden van veel artsen. Het zijn de resultaten die tellen.

Terug naar top

Terminale baarmoederhalskanker

Halverwege oktober 2002 word ik benaderd door familieleden van een patiënte van 63 jaar met baarmoederhalskanker, die volgens de artsen van de organisatie van terminale patiënten die haar begeleidt een maximale levensverwachting heeft van ongeveer een maand.

Ontslagpapieren van 21 oktober 2002:
“Op 21 oktober 2002 wordt mevrouw Z. G. (status 2002/...) ontslagen, die sinds 29 september 2002 opgenomen is geweest. De patiënte met een lokaal geavanceerd baarmoederneoplasma heeft last van metrorragie en aanvallen van overgeven.
Er is een infuusbehandeling met intraveneuze antibiotica vanwege hyperpyrexie uitgevoerd, evenals een topische vaginale behandeling. De patiënte wil geen palliatieve chemotherapeutische behandeling. De thuiszorg is ingeschakeld en de nefrostoma’s worden periodiek gecontroleerd. Bijgevoegd een kopie van de uitgevoerde onderzoeken.”
Ik maak de familieleden duidelijk welke therapeutische moeilijkheden er zijn bij het behandelen van patiënten die zich in een zo vergevorderd stadium van ziekte bevinden (niet omdat de bicarbonaatoplossingen niet effectief zijn, maar omdat er onnoemelijk veel oncontroleerbare bijkomstigheden kunnen optreden).
Maar een eerste behandeling kan alleen worden uitgevoerd op de grootste massa, terwijl ik voor een andere massa die in contact staat met de ileo-psoas (lendenspier) en voor andere laesies in de lever opmerk dat de ontwikkeling van de ziekte even moet worden afgewacht voordat er wordt besloten of het goed is om in te grijpen.
Desondanks besluiten de familieleden om mijn behandelmethode te laten uitvoeren. Het buikgezwel beslaat een zeer groot deel van de buik, van de baarmoederhals tot aan de navel en is in een zo vergevorderde staat dat ook het rectum is binnengedrongen en aangetast, evenals beide urinebuizen, zodat er twee nefrostoma’s moesten worden aangebracht om de urine af te voeren.

Gezien de omvang van de massa was ook palliatieve bestraling afgeraden door de radiotherapeuten.
Hier moet aan worden toegevoegd dat er tevens sprake is van een constante toestand van koorts, een aanzienlijke afname van het lichaamsgewicht en aanhoudende pijnsymptomen die worden behandeld met analgetica.
Nadat ik, samen met een collega radioloog, de patiënte thuis heb onderzocht, wordt meteen besloten om een katheter in de massa aan te brengen met het doel om zoveel mogelijk necrotisch materiaal af te voeren en om vervolgens een behandeling uit te voeren met natriumbicarbonaatoplossingen van 5% om alle neoplastische koloniën te vernietigen, in de hoop dat er een cicatrisatie van de neoplastische massa optreedt.
Daarnaast is er ook een behandeling met bicarbonaatoplossingen via de vagina uitgevoerd.
Na ongeveer twee weken is het mogelijk om slechts enkele cc’s natriumbicarbonaat te injecteren, wat een teken is dat de massa aanzienlijk is afgenomen. Dit wordt bovendien bevestigd door een pyelografie via de nefrostoma die is uitgevoerd op 15 november 2002, die spreekt van een “regelmatige zichtbaarheid van de nierkelken door het contrastmiddel... De vernauwing van de urinebuis verhindert de doorgang van het contrastmiddel echter niet en dit komt al snel in de blaas terecht.” Met andere woorden: de patiënte begint ook weer op normale wijze te urineren.
Bij de CT-scan van de buik, uitgevoerd op 29 november 2002, blijkt dat de massa is afgenomen.
Omdat de klinische toestand van de patiënte constant verbetert, wordt besloten om de behandeling met natriumbicarbonaatoplossingen van 5% te intensiveren in een poging om de tumorkoloniën zoveel mogelijk te vernietigen.
Hiervoor worden er twee katheters aangebracht: eentje in de buikvliesholte, om de oplossingen te injecteren in de bekleding van het kleine bekken; de andere rechtstreeks in de hypogastrische slagader die naar de plaats van het neoplasma in de baarmoeder en het rectum loopt.
Daarnaast worden de nefrostoma’s en externe zakjes voor de urine verwijderd door middel van de plaatsing van twee dubbel-J katheters in de urinebuis.

Klinische toestand in februari 2003:
- De patiënte leeft en heeft een goede gezondheidstoestand, zelfs zo goed dat zij honderden kilometers alleen per trein reist, in weerwil van de fatale prognose van overlijden vóór november 2002.
- Het gezwel is beduidend kleiner geworden.
- De onaangename symptomen zijn verdwenen.
- Ze is weer in gewicht aangekomen.

Terug naar top

Buikvliescarcinomatose bij een geopereerd adenocarcinoom van het endometrium

Een patiënte van 62 jaar die in december 1998 werd geopereerd aan een adenocarcinoom van het endometrium en vervolgens cycli van bestraling en antihormonale behandeling heeft ondergaan. Na een peritoneale verdikking en de groei van enkele lymfeklieren vanwege carcinomatose, neemt het ovariale CA antigeen progressief toe, ondanks een behandeling met tamoxifen, totdat deze op 3 juni 2002 een waarde bereikt van 125 UI/ml (normale waarde 0-35). Vanuit klinisch oogpunt is de toestand van de patiënte achteruit gegaan, met verzwakking, een algemene toestand van zwelling, intestinaal meteorisme met onregelmatige ontlasting, een constant zwaar gevoel en instabiliteit van de bloeddruk. In juli en oktober 2002 wordt er een endoperitoneale katheter aangebracht via welke cycli van natriumbicarbonaat van 5% (400-500 cc) worden toegediend, afgewisseld met intraveneuze cycli. De klinische toestand verbetert constant totdat er een normale gezondheidstoestand wordt bereikt; het ovariale CA antigeen neemt progressief af en bereikt in maart 2003 een waarde van 49,70 UI/ml, die ook in juni 2003 wordt bevestigd. Een laatste CT-scan van juni 2003 bevestigt de regressie van de peritoneale carcinomatose en een stabilisering van de afmetingen van de lymfeklieren ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit komt eveneens naar voren uit een CT-scan van september 2004.

Ik ben op 18 december 1998 geopereerd aan een endometriaal adenocarcinoom. In februari-maart 1999 heb ik 29 bestralingssessies gehad. De normaal uitgevoerde controles, in de laatste maanden van 2000, duidden op een verandering in het ovariale CA antigeen.
Na onderzoek bleek uit de CT-scan dat er tumorcellen aanwezig waren in de lymfeklieren. Op de afdeling oncologie werd ik behandeld met tamoxifen, waar ik na een tijdje echter vanaf ben gestapt, omdat ik had besloten mij te laten behandelen door dr. Tullio Simoncini.
Op 20 juli 2002 bracht dr. […] een percutane endoperitoneale katheter aan en begon de behandeling met natriumbicarbonaat van 5%.
De CT-scan tijdens een controle op 6 september duidde op een toestand van stabilisering ten opzichte van de voorgaande van mei 2002 en de eerdere verdikkingen, waarschijnlijk door peritoneale carcinomatose, zijn niet meer zichtbaar.
Ik wil graag duidelijk maken dat dr. Simoncini, toen ik hem vertelde dat ik me goed voelde, antwoordde: “Moge God ons bijstaan, Zuster. Ik zeg niets, alleen de controles kunnen ons iets vertellen. Ik kan niets garanderen. We zullen zien.”
Op 5 oktober bracht dr. Simoncini ons op de hoogte van de situatie. De radioloog, dr. [...], bevestigde na het bekijken van de CT-scan van de controle dat het gewenste resultaat was uitgebleven omdat er zich een intern abces had ontwikkeld.
Hij adviseerde de plaatsing van een nieuwe katheter, wat is uitgevoerd op 16 oktober 2002 door dr. […]. Sindsdien zet ik de behandeling met natriumbicarbonaat regelmatig voort. De verschillende chemisch-hematologische controles geven telkens betere waarden: van 125 van het ovariale CA antigeen (juni 2002) tot de huidige 49,70 op 7 maart 2003. Daarnaast geeft de CT-scan bij de controle van december 2002 aan dat de situatie ongewijzigd is sinds mei 2002.
Vanuit klinisch oogpunt verbeterde mijn toestand constant. Ik heb geen last meer van mijn darmen of lever, mijn bloeddruk is weer normaal, het oedeem van mijn enkels is verdwenen, evenals de algemene toestand van opgezwollenheid.
Ik weet dat er nog een lange weg te gaan is om de zekerheid van volledige regressie van de ziekte te krijgen. Dit wordt ook vaak gezegd door dr. Simoncini, die altijd voorzichtig blijft. Gezien de bereikte resultaten is er in elk geval hoop om, door hier constant aan te werken, tot een definitieve oplossing te komen.
Ik zou graag een wens uitspreken: als dr. Simoncini de mogelijkheid zou hebben om in een eigen kliniek te werken, zou hij veel andere kankerpatiënten kunnen helpen.
Ik dank God dat hij mij opnieuw het leven geeft en ook dr. Simoncini die het instrument in de handen van God was en mij te hulp is gekomen.

Terug naar top

Metastatische mergcompressie

Een patiënte van 40 jaar die ongeveer zeven maanden geleden een radicale mastectomie van de linkerborst heeft gehad vanwege een borstcarcinoom.
Na drie maanden van chemotherapie blijkt de patiënte te lijden aan:
“Diffuse long- en levermetastasen; botmetastasen, vooral in de 4e en 5e lumbale wervel, met invasie en compressie van het mergkanaal, wat leidt tot extreem veel pijn die niet reageert op ongeacht welke behandeling.”
Alle pijnstillende geneesmiddelen, inclusief morfine, blijken volledig ineffectief: de patiënte lijdt enorm en is sterk verzwakt. Er wordt haar palliatieve bestraling aangeboden, die zij liever niet ondergaat omdat ze zich bewust is van de waarschijnlijk noodlottige gevolgen die daarmee samenhangen.

Omdat ik het met de patiënte eens ben, probeer ik de tijd te nemen om een collega neuroloog of anesthesist te vinden die een lumbale punctie kan uitvoeren met natriumbicarbonaatzout, dat volgens mij de enige stof is die de tumor, oftewel de schimmelkoloniën die zich hebben opgehoopt in het mergkanaal, kan vernietigen en de patiënte zo verlichting kan brengen.
Om één of andere reden (angst? onbekendheid? of...) lukt het me niet om een specialist te vinden en uiteindelijk ben ik, uit mededogen, gedwongen om de lumbale punctie zelf uit te voeren. Terwijl ik dit doe en langzaam 50 cc van een natriumbicarbonaatoplossing van 8,4% injecteer, is de patiënte erg onrustig en vertelt mij met zwakke stem dat ze de afgelopen week slechts twee uur geslapen heeft: “Als ik vannacht nou eens ten minste een half uur kon slapen...”, fluistert ze afgemat.
De volgende dag belt ze me op:
“IK HEB DE HELE NACHT GESLAPEN.”

Vanaf toen was de pijn binnen een maand, ook vanwege de uitvoering van nog eens twee toedieningen van bicarbonaat via lumbale puncties, geheel verdwenen.
De MRI-scans van vóór en na de behandeling worden door een bevriende radioloog ‘schokkend’ genoemd voor wat betreft hun verschil.

Terug naar top

Laatste nieuws over Kanker Wie geneest heeft gelijk

 

©opyright 2006 - 2008 by Drs. H.J. Trentelman | Webdesign by CO7